Pagina 1 van 2

Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 26 feb 2011, 17:55
door dodo de beste
Ik schrijf sinds een tijdje korte verhaaltjes over planten, dieren, en andere dingen uit de natuur. Ik ben vaag van plan een boekje te maken dat ik , heel toepasselijk, Natuurlijk! ga noemen :P Ik zal hier mijn verhaaltjes showen :)

De miereneter

De miereneter eet mieren. De naam zegt het al: miereneter, een eter van mieren. Alleen klopt dat niet helemaal. Een miereneter eet namelijk vooral termieten. Dat zijn beestjes die wolkenkrabbers van acht meter hoog bouwen. Deze bouwen ze echter wel van klei, en niet van beton of staal, en zeker geen glas, het zou de kleine diertjes kunnen verwonden! Toch zit een zogenaamde termietenheuvel erg goed in elkaar. Alleen de miereneter met zijn grote klauwen kan zo’n toren kapotmaken. Het gekke is, de miereneter is de enige vijand van de complexe groothoofdige insecten, dus als de miereneter die bergen kapot kan maken, waarom verzinnen ze dan niet iets nieuws en beters? Dat is al eeuwenlang een groot mysterie. Gelukkig maar, anders zou de miereneter uit kunnen sterven! De miereneter heeft een tong van wel dertig centimeter lang vol plakkerig spul. Alles blijft plakken, van termieten tot lollies. Als een miereneter aan een ijsblok likt, weet je niet wat nou aan wat blijft plakken. Dat is ook de reden dat miereneters zelden een partner krijgen, wie wilt er nou met zo’n beest tongzoenen? Er zijn drie soorten miereneters, de reuzenmiereneter, de dwergmiereneter en de tamandoea. De laatste wordt ook wel boommiereneter genoemd. Een miereneter komt aan eten door eerst op zoek te gaan naar een termietenheuvel. Die breekt hij open door er met zijn grote klauwen tegenaan te beuken, het zijn dus ongelofelijk asociale dieren. Dan steken ze hun tong erin, en proberen zo veel mogelijk termieten eruit te krijgen. Als hun buik gevuld is, na zo’n 50000 termieten, keert hij terug naar een schaduwrijk plekje onder een boom om een dutje te doen. Hoewel de miereneter alleen in Zuid- en Midden-Amerika voorkomt, menen sommige dat Bigfoot er een is, het is inmiddels al lang duidelijk dat Bigfoot een afstammeling van de luiaard is, samen met zijn neefje Yeti uit de Himalaya, die is geëmigreerd vanwege de politieke situatie in Noord-Amerika. Maar we dwalen af. Het bijzondere van miereneters is dat ze alle aanvallen van de termieten overleven. Hoe zou jij je voelen als er honderdtachtig woedende termieten met kaken groter dan zijzelf in je mond zaten? Toch gaat de miereneter gewoon door met termietenheuvels openbreken. Ook is het erg vervelend om je tong overal in te steken, vooral als die zo plakkerig is. Je hebt vast wel eens prei gegeten, die erom bekend staat dat ze vaak vol zand zitten. Dan weet je hoe een miereneter die zijn tong in meer dan drie zanderige termietenheuvels per dag steekt. Kortom, het zijn mooie dieren die een verbazingwekkend leven hebben, maar laten wij als mensen het maar bij prei houden.

Hope you like it ;)

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 27 feb 2011, 17:13
door zeekoe
Jij kan echt goed vertellen! Ik heb net met veel interesse en plezier jouw verhaal over de miereneters gelezen. Het was heel erg leuk en heel erg leerzaam.
Ik ben benieuwd naar jouw volgende verhaal.

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 27 feb 2011, 17:21
door maarten95
Het eerste verhaal is al leuk! :D De meeste dingen wist ik al, maar het blijft interessant. Ik zal de volgende update zeker weer even kijken! ;)

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 27 feb 2011, 22:07
door dodo de beste
Dankje! Het is trouwens niet het eerste verhaal dat ik heb geschreven hoor, ik heb er hier een paar liggen :) De meeste schrijf ik trouwens onder de les :P

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 28 feb 2011, 15:40
door dodo de beste
Mieren

Je kent het wel, je loopt op een pad in het park of het bos, en je ziet opeens allemaal beestjes krioelen op de grond voor je. Het zijn mieren. Gek is dat je ze voor het eerst op het pad ziet en ze je nog nooit zijn opgevallen. Dan denk je, ligt het nou aan mij? Het antwoord: nee. Het is een bekend fenomeen dat mierenzichtbaarheid heet. Mierenzichtbaarheid is heel bekend en iedereen maakt het wel eens mee, maar het is een raadsel hoe de mieren het doen. Dat is moeilijk te zien, je ziet de mieren pas als ze al verschenen zijn, en dus niet als je ze nog niet ziet. Waarschijnlijk ligt het aan de bouw van het oog. Het oog moet zich namelijk instellen op superscherp als er mieren in zicht komen. Daarvoor zie je niets. Het is niet zeker of dit de oorzaak is, maar om te onderzoeken of het aan de mieren ligt moeten we ons verdiepen in de biografie van een mier. We volgen de mier Stoetel. Stoetel is een ijverige mier die alles doet om de kolonie en de koningin in leven te houden. We beginnen bij het begin, Stoetel wordt geboren. Een verzorgende mier brengt Stoetel naar de verpoppingkamer, en gaat terug om wat eten te halen. Het mierenleventje van Stoetel is net begonnen. De larf kruipt en kronkelt rond in de kamer, die een uitloper is van het ondergrondse mierennest. Wat er in de opeenvolgende dagen gebeurt is niet interessant dus slaan we de dagen over tot Stoetel uit zijn pop kruipt. Hij begint meteen te rennen. Mieren leiden een neurotisch leven, maar zijn erg georganiseerd. Alles wat ze nodig hebben in hun nest kunnen ze zelf vinden en elke mier heeft een eigen taak, maar als het nest wordt aangevallen vechten alle mieren mee. Stoetel is een werkmier. Hij heeft de taak om voedsel te verzamelen. Hij krijgt daarvoor twee beloningen; hij mag zelf een deel opeten, en hij wordt niet uit het nest gegooid. Beide beloningen zijn even belangrijk, maar onze Stoetel gaat vooral voor de eerste. De eerste dag van zijn leven als werkmier is zojuist begonnen, en hij wordt er met een groepje op uit gestuurd. Het is meteen raak, vijftien meter van het nest zit een dikke tor. De mieren klimmen op de tor en spuiten hem vol met mierenzuur (een stofje dat zo sterk en zuur is dat een enkele mier er een kaars mee kan blussen). Zodra de tor bezwijkt breken ze het beest dat twintig keer groter dan henzelf is in stukken. Elke mier neemt een stukje tor mee. Stoetel draagt een poot, het gewicht is geen probleem, maar het loopt nogal oncomfortabel door de haartjes die er op zitten. Als ze eindelijk terug zijn in het nest moeten ze de buit afgeven en weer opnieuw op pad gaan. Ze lopen verder. En verder. En nog veel verder! Het begint te regenen. De mieren zijn ver verwijderd van de bewoonde (mieren)wereld. Opeens verschijnt er een donkere schaduw over een paar mieren die vervolgens naar beneden komt in de vorm van een schoen. Weg mieren. Er zijn er nog maar drie over, waarvan één nog net van onder de schoen kwam kruipen. Stoetel heeft het overleefd. Ze besluiten terug te gaan naar het nest, het begint al donker te worden.
Ik begrijp dat je net aan Stoetel gehecht begint te raken, maar ik moet het verhaal nu stoppen. Anders zou het te veel van hetzelfde zijn, een mierenleven is druk, maar erg saai. Vergeet niet dat we op zoek zijn naar het geheim van mierenzichtbaarheid, en het is nu wel duidelijk dat dat niet door de mieren zelf ontstaat. Het moet dus wel aan het menselijk oog liggen. Waarschijnlijk is het de eerder beschreven theorie die klopt. Als je echt niet meer zonder Stoetel kunt heb ik wel een oplossing voor je. Ga naar buiten, wacht tot je ogen zich hebben scherpgesteld en pak een willekeurige mier. Noem hem Stoetel en volg hem tot je niet meer kan. Volg hem niet tot in het mierennest, anders eindig je hetzelfde als de harige tor!

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 02 maart 2011, 16:04
door dodo de beste
Geen reacties... maarja, hier is de volgende: Over de ware aard van de boom :o

De treurwilg

De treurwilg is een boom die nooit iets leuks beleeft. Omdat hij wortels heeft kan hij nergens heen. Dit is bij de meeste bomen het geval, maar die hebben het geluk dat ze op een spannende plek staan. De treurwilg echter is het zwarte schaap. Ondanks dat hij vaak bij het water te vinden is, krijgt hij duidelijk niet genoeg, omdat zijn takken zo slap hangen. Een treurwilg is een grote huilebalk. Als je tegen een treurwilg schopt of er een tak af zaagt, zal hij uren huilen. Een mens merkt daar meestal niets van, maar het is wel vaak de reden dat treurwilgen bij het water staan. Ze zijn zo treurig dat ze minimaal een keer per dag drie uur huilen, waardoor een plas ontstaat in een dal dat gevormd is door erosie van andere huilbuien. De boom huilt zo vaak dat de plas nooit opdroogt. Een wilg huilt door de takken. Als je van een treurwilg een tak afzaagt beginnen de anderen direct te huilen. Bij een knotwilg is het nog erger. De knotwilg is namelijk al zijn takken kwijt en telkens als er een bij groeit wordt hij eraf gezaagd. De knotwilg heeft dus geen takken en staat daarom ook wel eens niet bij het water, en als ze dan koppig zijn en wel bij het water gaan staan, dan is dat water daar omdat er ook treurwilgen in de buurt zijn. Wilgen zijn niet bepaald dol op mensen. Als ze spieren hadden zou het ziekenhuis voor de helft vol liggen met slachtoffers van zweepslagen. Bomen lijken heel lief en relaxed, en sommigen (vooral berken) zijn dat ook, maar wilgen rammen je het liefst in elkaar. Alleen de treurwilg niet. Die treurt alleen maar over dingen waar je over moet treuren en is verder alleen verdrietig. Toch onderschatten mensen bomen vaak. De gemiddelde wilg heeft een IQ dat hoger was dan dat van Einstein, en denkt vaak na over de zin van het leven. Zo kwam ene prof. P. Lataan er achter dat wij bestaan om ons voort te planten, en dr. S. Equoia kwam tot de ontdekking dat hoe hoger je groeit, hoe langer je leeft. En al die tijd dat ik dit zat te typen, was de oude treurwilg voor het raam bezig na te denken over wat voor verschrikkelijks hij nu toch eens zal meemaken. Vervolgens landde er een ekster in, deed zijn behoefte en vloog weer weg. Ik hoorde de arme boom snikken. Wat zou de arme boom denken? Ik besloot naar buiten te gaan, daar kan je immers beter schrijven. Ook stelde ik de boom wat vragen die hij maar moeilijk kon beantwoorden, bomen kunnen namelijk niet praten. Door middel van lichaamstaal wist hij me te vertellen dat… ach, ik zal het maar citeren.
‘Ik voel me toch zo rot. Mijn takken hangen in het water, als het zo door gaat sterven ze af! Afschuwelijk! Ik haat mijn leven. Was ik maar een berk, die zijn zo relaxed… maar hoe kan het ook anders met het rustgevende geruis van berkenbladeren boven je? Ik heb dat niet. Ik heb alleen mijn lelijke wilgenbladeren… maar ach, hoe kan ik in een ander leven terecht komen? Moet ik dan verdwijnen en ergens anders opduiken in een verlaten kastanjeboom ofzo? Dat zal nooit lukken, zo goed kan ik mijn moleculen niet ontkoppelen. Dan zou je atomen moeten splijten en dan ben je opeens een nucleaire bom! Dat wil je ook niet hebben natuurlijk, als je je moleculen dan op de een of andere manier verkeerd in elkaar zet (wat tevens een behoorlijke klus moet zijn) is er een atoomoorlog ontstoken. Dan is geen enkele boom meer veilig! Laat ik maar gewoon wachten tot er een loodgieter langs komt die van mijn traanvochtbassin een jacuzzi kan maken, dat gaan mijn takken tenminste niet rotten.’

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 02 maart 2011, 21:29
door zeekoe
Weer een leuk en grappig verhaal!
En wat betreft die jacuzzi: daar zou ik ook wel gebruik van willen maken.

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 04 maart 2011, 19:24
door dodo de beste
De Luiaard

De luiaard, wie kent hem niet? Hij is zo lui, sloom en onopvallend dat hij je niet ontgaat. Het gekste is nog wel dat hij afstamt van de Megatherium, een gigantisch wezen van vijf meter met superklauwen die hij gebruikte om bomen om te slaan. Het was een enorm sterk dier zonder vijanden. De luiaard van nu doet echter niets. En als ik zeg niets, dan bedoel ik ook echt niets. Een luiaard is zo lui dat hij zichzelf niet eens wast. In zijn vacht groeien daardoor allerlei parasieten, wieren, algen en beestjes. De luiaard gebruikt die rotzooi om niet op te vallen, hoewel dat niet nodig is omdat een jaguar of harpij niet eens de moeite neemt om een luiaard te vangen. Als een prooi niet tegenwerkt is er immers geen lol aan. De luiaard maakt hier gretig gebruik van door geen bal uit te voeren. De snelheid van een luiaard bedraagt enkele centimeters per minuut en wordt daarmee door een Franse slak die vlucht voor het diner makkelijk ingehaald. Het leuke aan luiaards is dat als ze lui zijn ze ook echt niks doen.
Je zult nu denken, hoe gaan luiaards naar de wc? Het antwoord is simpel: de luiaard heeft een heel trage stofwisseling en hoeft dus hooguit een keer per week zijn behoefde te doen, en als het dan eindelijk zover is, en de luiaard kan het écht niet meer ophouden, begint hij heel traag aanstalten te maken om wie weet ooit eens te vertrekken. De luiaard strekt zijn luie poot uit en zet hem zo ver weg mogelijk neer. Dan trekt hij zichzelf zo langzaam mogelijk een eindje naar voren. Na een kwartier is de luiaard bij de stam van de boom aangekomen. Na nog een half uur is hij beneden. Nu moet het snel gebeuren, nou ja, voor een luiaard dan. Nu kan hij makkelijk door een jaguar gepakt worden, dus gaat hij richting water. En ja hoor, daar komt al een jaguar aan. Hij ligt verscholen in het gras maar onze luie vriend ziet hem. Hij duikt het water in, een luiaard kan goed zwemmen, dit gebeurt, gelukkig, niet zo langzaam als op het land. Nu heeft hij pech dat jaguars ook goed kunnen zwemmen. Dan gebruikt de luiaard zijn wapens, drie nagels zo groot als slagtanden van een walrus, nou ja, als die van een hele kleine walrus dan, een walrus met tanden zo groot als de nagels van een luiaard. In slow motion haalt hij uit naar de jaguar en maakt een flinke kras. Dat wordt een litteken, denkt de luiaard een minuut later, omdat hij nogal traag van begrip is, maar dat was natuurlijk wel te verwachten van zo’n afgrijselijk lui beest. De jaguar is inmiddels al weg. Nu moet de luiaard wel erg nodig en zwemt, met alle traagheden van dien, naar de kant. Daar graaft hij heel langzaam een kuiltje en gaat er in zitten. Een kwartier later keert hij terug naar zijn boom om verder te hangen. Er is dan een week voorbij gegaan. Ook is zijn vacht weer wat nieuwe waterplanten rijker.

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 04 maart 2011, 19:28
door zeekoe
Wederom een mooi verhaal over een lui beest!
Tip: probeer de volgende keer wat meer alinea's te gebruiken, dat leest wat prettiger.

Re: Natuurlijk! (verhaaltjes)

BerichtGeplaatst: 11 maart 2011, 16:02
door dodo de beste
@ zeekoe: ik gebruik niet graag regels wit, maar soms wel nieuwe regels als ik een nieuw onderwerp begin.

Nieuw verhaaltje:

Walrussen

Het is juni aan de noordkust van Rusland. Aan de wal zitten een hoop Russen. Niet alleen Russen zitten op de wal. Op een eiland voor de kust liggen een stuk of twintig walrussen. Ze heten zo omdat ze vooral in Rusland voorkomen. En als je een Rus naast een walrus zet, zie ik wel een overeenkomst. Behalve dan die tanden. Die gebruikt een walrus om eten te zoeken, maar hij is geen vleeseter. Hij gebruikt zijn tanden niet om dieren aan stukken te scheuren als een sabeltandtijger, maar om de zeebodem om te woelen op zoek naar mosselen en andere bodemdiertjes. Het dier is zo groot dat alleen een orka en soms een ijsbeer een kleine walrus pakt. Als het warm wordt, krijgen walrussen een roze kleur. Dat komt omdat de bloedvaatjes uitzetten om af te koelen. Het strand ligt nu dus vol roze walrussen. Zodra er een walrus in het water springt om wat te snacken van de zeeboden, heeft hij als hij boven komt een grijs-roodbruine huid.
Als je denkt dat het meervoud van walrus walri is, heb je het mis. Je schrijft immers ook geen Ri als je het over Russen hebt.
Er bestaat een groot misverstand over walrussen en walvissen, veel mensen halen die twee door elkaar. Het belangrijkste is dat het beiden zoogdieren zijn. Walvissen zijn geen vissen en leven niet op de wal, terwijl walrussen toch echt Russen zijn en op de wal leven. Walrussen zijn familie van de uiterst bekende zeehond, de iets minder bekende zeeleeuw en de haast onbekende zeeluipaard (die door iemand die er geen verstand van heeft allemaal zeehond worden genoemd, behalve de walrus dan, die immers het zelfde zou zijn als een walvis). Ze hebben flippers, zijn nogal lomp en hebben grote tanden. Ze hebben ook een aparte kleur, die van grijsbruin tot roze loopt.
Nu we het over vreemd gekleurde dieren met grote tanden hebben, kan ik ook wel iets vertellen over de narwal. Veel mensen weten niet wat een narwal is, maar het is echt de moeite waard om het te weten. Het is namelijk een soort walvis met twee tanden. Bij de mannetjes is de linkertand uitgegroeid tot iets dat ik kan beschrijven met waarvan ze dachten dat het een hoorn van een eenhoorn was. Een soort lange slagtand dus. Daarmee steekt hij zijn medenarwals niet doormidden, maar hij gebruikt het waarschijnlijk als een soort zintuig. De tand is namelijk heel gevoelig. Waarom vrouwtjes geen slagtand hebben (hoewel de natuur hier voor kan zorgen, net als dat bij mannetjes twee tanden uitgroeien) blijft tot nu toe een raadsel.
De overeenkomst tussen de walrus en de narwal is niet alleen dat ze vooral uit dezelfde letters bestaan, maar ook dat ze beide vreemd gekleurd zijn en een (of twee) tand hebben. Iemand met echt heel weinig verstand over dit onderwerp zou ze door elkaar kunnen halen, maar na het lezen van dit verhaal is dat toch echt uitgesloten. Als je ooit eens in het noordpoolgebied komt zal deze kennis je erg van pas komen. Dan zeg je tegen je vrienden die echt heel weinig verstand over dit onderwerp hebben: ‘Zie je dat? Weet je wat dat is?’ En dan zeggen ze: ‘Ja, een zeehond!’ En dan kan jij zeggen: ‘Nee joh, dat is een narwal! Of ehh, dat is het toch? Of was het nou een zeeluipaard? Of een walrus? Laat maar. Zie je die vogel? Dat is een meeuw.’