Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: Het Spoor der Herinnering

De plek waar je je creatieve ei kwijt kunt. Tekeningen, bewerkingen, verhalen en eigen gemaakte knutselwerkjes kunnen hier worden getoond.

Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Berggeesten

Berichtdoor Tijgerboy » 06 feb 2010, 19:55

Ik heb geen Grieks op school, maar ik heb wel veel boeken over Griekse mythologie gelezen, en daar werd de aarde vaak aangeduid als Gaea, maar dat is volgens mij de Latijnse vertaling van Griekse mythologie
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Wraak van Si-Aedon

Berichtdoor Destinated_darwin » 06 feb 2010, 20:04

Gaea is een verlatijnste vorm van het oorspronkelijke Griekse woord ;) Het Griekse woord is de term die Iben noemde, maar de vorm die jij gebruikt komt inderdaad ook voor.
Destinated_darwin
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 1662
Geregistreerd: 23 nov 2005, 13:07
Woonplaats: Heist-op-den-Berg, Vlaanderen



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Wraak van Si-Aedon

Berichtdoor Tijgerboy » 07 feb 2010, 15:04

Hier komt het eerste hoofdstuk:

Hoofdstuk Één
De kist

In een klein dorpje, genaamd Ziltendam. ergens op het eiland van de Nieuwe Hollandse Republiek woonde een gezin. Het gezin bestond uit een vader, Leo, een moeder, Heleen, een zoon en twee dochters. De oudste was een jongen genaamd Alexander. Hij was twaalf jaar oud en ging volgend schooljaar naar een vwo-school die ver van het dorp lag. De dochters heetten Arianne en Gea. Arianne was de oudste van de twee. Zij was negen jaar. De jongste van de twee was Gea, zes jaar.

Op een zonnige herfstdag in september waren de kinderen in het bos vlakbij het dorpje aan het spelen. Ze deden verstoppertje. Alexander moest gaan zoeken. ‘…zevenennegentig, achtennegentig, negenennegentig, honderd! Wie niet weg is, is gezien! Ik kom!’ Hij draaide zich om en keek rond, of hij zijn twee zusjes soms kon vinden. Hij keek achter die dikke eik, maar daar was niemand. Ook in die holle boomstronk waren ze niet. Uiteindelijk wist hij Arianne te vinden, die in een boom was geklommen en zich ergens middenin de bladeren had verstopt. Zij had altijd al van hoogtes en vliegen gehouden. Toen ze vijf was en voor het eerst naar het vliegveld was gegaan om hun vader Leo op te halen, toen hij net terug van een zakenreis terug was gekomen, had ze in haar broek geplast van de opwinding. De vliegtuigen waren zó geweldig. Ook was ze op school bij gym een keer in een touw geklommen en had ze het plafond bereikt. Ze was toen van het touw af gesprongen en landde sierlijk op de mat.

Gea leek onvindbaar. Zij had zich echter verstopt in een zelf gegraven, ondergrondse tunnel. Ze was verbaasd dat ze in zo ’n korte tijd zo ’n lange gang kon graven, maar dat deed er niet toe. Ze had een goede verstopplek. Ze keek op of haar broer misschien in de buurt was. Nee, de kust was veilig, dus ze kon zichzelf snel vrij gaan buten. Ze sprong op, maar struikelde over een boomwortel en gleed terug de tunnel in. In een poging terug te krabbelen greep ze de boomwortel waarover ze was gestruikeld, maar ze miste en haar handpalm scheerde over iets scherps dat vlak onder de boomwortel uit de grond stak. Een stekende pijn ging door haar hand. Op haar knieën zittend keek ze naar de wond in haar handpalm, maar het leek geen diepe wond. Ze had eigenlijk nooit last van pijn en verwondingen. En huilen deed ze helemaal niet. Als ze van haar fiets viel, wat vaak gebeurde, en haar knieën lagen open, stond ze direct weer op en fietste ze verder.

Ze wilde eigenlijk wel weten wat haar hand openhaalde en begon het op razend tempo uit te graven. Er kwam een oude, houten kist uit de grond. Hij zat onder de aarde en er hing een slot aan een verroeste ketting. Ze probeerde het open te breken, maar het slot was te sterk. In de randen van de kist stonden vreemde tekens gegraveerd Misschien kon Alexander hem wel openmaken. Ze probeerde de kist op te tillen. Hij bleek erg zwaar, maar ze was wel in staat te dragen. Met de kist in haar armen rende ze zo snel mogelijk naar de buutplaats, maar door het gewicht dat ze bij zich droeg, werd haar tempo ernstig verlaagd. Hijgend kwam ze bij de afgesproken boom terecht, maar haar broer en zus waren er allang. ‘Buut Gea!’ riep Alexander. ‘Maar je bent hem niet, want je zus heb ik eerder gebuut.’ Ze liet de kist vallen, die met een doffe bonk op de grond terecht kwam. ‘Wat heb je daar?’ vroeg Arianne aan haar zus. ‘Een kist. Die heb ik gevonden in het gat waar ik me verstopt had. Ik vond hem wel mooi en wilde graag weten wat erin zat. Ik kreeg hem niet open en ik vroeg me af of jullie hem wel open konden maken.’ ‘We zullen zien of we hem open krijgen,’ antwoordde Alexander en hij bekeek het slot. Hij probeerde de ketting waar het slot aan bevestigd was open te breken, maar het metaal was veel te dik. ‘Wat zou erin zitten?’ vroeg Arianne zich hardop af. ‘Zullen we hem aan papa en mama laten zien?’ vroeg Gea aan haar broer. ‘Goed idee.’ En met de kist in Alexanders armen liepen ze terug naar het dorp, naar huis.
Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Wraak van Si-Aedon

Berichtdoor Tijgerboy » 10 feb 2010, 21:24

Hoofdstuk Twee
Oud-Bovenische Runen


De kinderen brachten de kist naar hun ouders. ‘Kijk, papa, mama! Kijk wat we hebben gevonden!’ Zo snel als ze konden renden ze met de kist in hun armen naar huis. ‘Wat hebben jullie daar?’ vroeg Leo verbaasd toen zijn kinderen naar de gang stormden. ‘We hebben, toen we verstoppertje aan het spelen waren in het bos, deze kist gevonden,’ zei Alexander. ‘We probeerden hem open te maken, maar het slot lijkt onbreekbaar.’ ‘Laat mij eens kijken,’ zei hun vader en hij liep met de kist naar de garage. Hij zette de kist op de grond en pakte een tang uit zijn gereedschapskist. Hij probeerde het slot open te breken, maar in plaats van het slot, brak de tang. ‘Nou ja, ik heb nog wel een reservetang,’ zei Leo schouderophalend en hij gooide de oude tang weg.’ Na diverse pogingen gaven ze het op. Zelfs een brander kon de ketting niet doen smelten.

Jaren gingen voorbij. Het huis en het dorpje waren bijna hetzelfde, behalve dan dat de bomen groen waren en er geen dode bladeren op de grond lagen. Alexander was achttien jaar oud. Hij was een flink stuk gegroeid sinds die zes jaar, dat hij met zijn zusjes de kist had gevonden. Hij had net zijn vwo-diploma gehaald en ging studeren. Klassieke talen. Arianne, nu vijftien jaar oud zou het volgende jaar naar klas vier van de havo gaan, al waren haar schoolresultaten matig. Twee vijven, één voor wiskunde en één voor scheikunde, twee zevens voor geschiedenis en aardrijkskunde en de rest allemaal zessen. Ze was echter wel goed in turnen. Ze had al diverse prijzen gewonnen op belangrijke toernooien en had zelfs al een keer meegedaan aan het Nederlands Kampioenschap voor de Jeugd en was derde geworden; een wonderlijke prestatie, want terwijl zij pas dertien was, waren de meesten van haar tegenstanders al zestien jaar of ouder. Met Gea ging het op school niet goed. Ze zou naar leerweg ondersteunend onderwijs gaan. Haar favoriete sport niet vreemd, gezien haar, voor haar leeftijd, brede postuur. Ze deed aan zelfverdediging, en ze was nog goed ook.

Alexander pakte zijn spullen in. Hij ging op kamers wonen omdat de universiteit erg ver weg lag. Te ver om dagelijks heen en weer te reizen met de trein. Hij rommelde in zijn klerenkast en zocht kleren uit die hij nodig had. Hij had net een paar truien vanaf de hoogste plank gepakt, toen zijn blik op een voorwerp dat op de bodem van de kast lag, viel. Het was de kist die Gea zes jaar geleden had gevonden in het bos. Hij was er toch wel nieuwsgierig naar. Hij tilde hem op en zette hem op zijn bureau. Hij bestudeerde de ingegraveerde tekens en liet zijn vingers over de dofgouden randen glijden.

“Al eeuwenlang zit Hij opgesloten in zijn kerker, diep onder de Aarde, maar zijn bondgenoten schieten hem te hulp. Samen beramen ze plannen om Hem uit de Lichtketens te bevrijden. Hij, het Beest, Schaduw van het Vuur. Hij komt eraan, al jaren komt Hij dichterbij. Hij nadert vanuit de Duisternis. Zijn naam is Si-Aedon!”

Een flits. Alexander hoorde een lage, fluisterende stem door zijn hoofd. Beelden van een walgelijk monster rezen voor geestesoog op. Hij keek instinctief naar de tekens op de randen van de kist. Hij had nooit begrepen waar die tekens voor stonden. Maar nu was het zó logisch. Het was Oud-Bovenisch. Hij schraapte zijn keel en begon de woorden op te zeggen: ‘Whua daig lrsewn dgahnn, ghuanna detyo cifjat haoufarna. Tryg avar detya chatynq’ Hij begreep wat hij net gezegd had. Wie dit lezen kan, kan de kist openen. Trek aan de ketting. Alle stukjes vielen op hun plek. Hij trok aan de ketting en die schoot los van het slot. Hij kon de kist openen! Haastig trok hij het deksel open. Er zat een oud, opgerold perkamenten document in. Aan de vergeelde kleur te zien was het al eeuwen oud. Nog een flits en hij kon zich niets meer herinneren van de stem, of de beelden van het monster.

Hij stond op zijn kamer. Op zijn bureau stond een houten kist. Tot zijn grote verbazing was de kist open en er lag een vergeeld, opgerold vel perkament in. Dit moeten Gea en Arianne zien, dacht hij. Alsof ze hem hadden horen denken kwamen ze de kamer binnen. ‘Riep je ons?’ vroeg Arianne. ‘Nee,’ antwoordde Alexander. ‘Ik dacht dat je ons riep,’ zei Arianne. ‘Ik ook,’ zei Gea. ‘Nou, ik wilde jullie wel roepen, maar toen kwamen jullie vanzelf boven.’ ‘Waarom dan?’ vroeg Gea nieuwsgierig. ‘Weten jullie die kist nog die we jaren geleden in het bos gevonden hadden?’ ‘Die onder de grond zat?’ vroeg Arianne. ‘Ja die,’ antwoordde Alexander. ‘Ik heb hem open weten te maken.’ De monden van Arianne en Gea vielen haast tegelijk open van verbazing. Toen ze enigszins hersteld waren van hun verbazing, vroeg Gea, die als eerste in staat was iets uit te brengen: ‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’ ‘Ik weet het niet.’ Alexander was bijna net zo verbaasd als zijn zusjes. Hij probeerde zich te herinneren hoe hij het voor elkaar had gekregen, maar het lukte niet. ‘Het enige wat ik gedaan had, was dat ik met mijn vingers langs de rand van de kist streek en toen was hij open. ‘Dus je deed dit.’ Arianne reikte met haar arm naar de kist en streek over de ingegraveerde symbolen. Plotseling rolden haar ogen in haar hoofd. Er klonk een sissende stem door haar hoofd.

“Het Oude Rijk is ineengestort, het komt allemaal door de mensheid. Door hen is het Oude Rijk gevallen. Maar er is nog hoop. Als Si-Aedon terug is, zal Zijn deel terugkomen. Met Zijn hulp kunnen de andere delen ook terugkeren en zal het Oude Rijk met behulp van Duistere krachten weer in zijn volle glorie herrijzen!”

Beelden van een gigantisch, donker kasteel met enorme torens kwamen in haar gedachten op. Het was logisch, zó logisch wat er stond. Ze snapte niet waarom ze dat nooit begrepen had. De tekens waren van Oud-Bovenische taal. Ze keek naar haar broer en zusje. Ze sprak met een stem, die niet van haar was. Hij klonk sissend en dreigend. ‘Het zijn Oud-Bovenische Runen, van Tijd van de Demonen, toen Si-Ura het Rijk nog niet had verraden.’ Ze verbaasde zich hoe ze dit allemaal wist en begreep nauwelijks wat ze allemaal zei. Ze snapte niet hoe deze woorden uit haar mond konden komen. Ook Alexander en Gea keken haar angstig aan. Er volgde een flits. De stem was verdwenen en ze zich kon de beelden die in haar hoofd opkwamen niet meer herinneren.

Ze stond op Alexanders kamer, op het bureau stond een oude kist. De kist was geopend en er lag een vergeeld document in. ‘Wat?’ Ze keek haar broer en zus ongeduldig aan. Ze zagen nogal bleek en leken ergens van geschrokken te zijn. Waarvan dan? Gea, die haar oudere zus met een vreemde stem, die niet van haar was, had horen spreken, stond verstijfd van schrik tegen de muur gedrukt. Ze had iets gezegd over oude runen, een tijd van demonen en een verraden rijk. Alexander deed als eerste zijn mond open. ‘Je ogen rolden in je kassen. Daarna keek je ons met een hele enge blik aan.’ ‘Wat? Dat heb ik helemaal niet gedaan!’ Nu werd Arianne een beetje kwaad. Ze konden haar toch niet zomaar voor de gek houden? Maar Alexander vervolgde: ‘Je vertelde dat de symbolen op de kist Oud-Bovenische Runen waren, dat ze uit de Tijd van de Demonen waren, en je zei iets over een vrouw, Si-Ura was haar naam. Ze had het Rijk verraden. En toen werd je weer nuchter.’ Hij sprak merkwaardig kalm, ondanks zijn bleke gezicht. Arianne begreep er niks van. Het ging duidelijk om een slecht uitgevoerde grap. ‘Ik weet niets van Oud-Bovenische tekens, een tijd van demonen en een vrouw genaamd Si-Ura!’ zei ze luid. ‘Nou,’ zei Alexander nog luider. ‘Hoe kan ik anders op die naam komen, als jij hem niet had gezegd? Ik zou zo ’n naam echt niet verzinnen!’ Er volgde een fikse ruzie tussen de twee.

Gea, die inmiddels weer was bijgekomen van de schrik, zag een kans. Hij liep langs ze heen, richting de kist en haalde het opgerolde document eruit. Alexander en Arianne hadden niets door, omdat ze te druk bezig waren elkaar uit te schelden. Ze rolde het document uit. Het was een brief. Maar ook hier stonden allemaal vreemde tekens in opgeschreven. Ze begreep er niets van. Een flits.

“Schaduw van het Vuur, Brenger van de Nacht, Meester der Zwarte Magie, Heerseres van Woede. Als de Duistere Krachten uit de vier Werelden weer herenigd zijn en hun vier Rijken weer samen één groot geheel vormen, zal de Duistere Keizer weer verschijnen. Hij, Vader der Demonen, beter bekend als Padremon!”

Er klonk een verveelde stem in haar hoofd. Ze begreep niet waar die vandaan kwam, evenmin de beelden die in haar gedachten verschenen. Een magere, oude man met een smal gezicht, een verveelde blik en lang, verward, grijs haar. Ze keek naar de brief. Tot haar verbazing begreep ze wat er stond. Het waren Oud-Bovenische Runen. Ze keek naar Alexander en Arianne en die stopten abrupt met hun felle woordenwisseling. Die keken haar nu allebei aan. ‘Wat is er?’ vroeg Alexander op een vriendelijke toon, die hij enkele seconden geleden niet had kunnen uitbrengen. Gea voelde zich opeens heel klein en zei: ‘ik… eh… ik wilde alleen zeggen dat… dat… dat ik de brief die in die kist zat, wil voorlezen. ‘Kan ik dat dan niet doen?’ vroeg Alexander en hij griste de brief uit haar handen. ‘Hoe kun jij dit nou lezen?’ Zelfs ik kan dat niet en ik ken allerlei oude geschriften. Hiërogliefen, Grieks, zelfs spijkerschrift. Dit lijkt op geen van drie.’ Alexander begreep het niet. Dat zou hij ook nooit kunnen. ‘Geef hier. Ik kan het wel lezen!’ Ze pakte de brief uit zijn handen en begon voor te lezen:

“Beste vinder van de kist. Het is goed dat u deze kist heeft weten te vinden en openen. Ik weet niet hoe ik dit het beste aan een Aardmens kan uitleggen, maar er is een gevaar op komst. Een heel groot gevaar. U zult me waarschijnlijk niet geloven, maar ergens diep onder de grond zit een gigantisch monster opgesloten. Hij dreigt echter te ontsnappen. De ketens waarin hij vast zit, worden langzaamaan zwakker. Als hij vrij is, zal de Aarde gedoemd zijn ten onder te gaan. En dat niet alleen, maar dan zal hij proberen oude bondgenoten te vinden en een Duister Rijk te stichten. Nu u deze kist geopend heeft, zal ik het wel merken. U bent dan een bijzonder mens. Deze kist openen kan niet iedereen. Alleen zij, die voorbestemd zijn om het monster te stoppen. Ik neem zo snel mogelijk contact met u op.

Hioles Sulcof”
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Wraak van Si-Aedon

Berichtdoor Tijgerboy » 17 feb 2010, 19:25

Hoofdstuk drie
Hioles Sulcof


Alexander zat in de trein. Hij was op weg naar de universiteit van Nieuw Alkmaar. De hele coupé was leeg, afgezien van hem. Hij dacht na over het voorval met de kist, twee weken terug. Hij staarde uit het raam. Het regende. Hij dacht na over de brief. Over de schrijver. Hioles Sulcof heette hij. Hij had alles opgeschreven. Gea had net zo gedaan als Arianne. Eerst mysterieuze dingen vertellen met een rare stem, daarna beweren dat ze niets gedaan had. Die Hioles zou contact met hen opnemen. Wanneer? Waar? Hoe? Zijn gedachten werden verstoord door een stem, die vroeg: ‘Is deze plek nog vrij?’ Hij schrok op uit zijn gedachtewereld en keek op. Een knap meisje van ongeveer zijn leeftijd stond bij de bank tegenover hem. Ze had lang, donkerblond haar en grote blauwe ogen. ‘Wat? O – ja, tuurlijk. Ga maar zitten. Ik ben toch in m’n eentje.’ Het meisje begon een gesprek met hem. Hij was daardoor gedwongen niet aan de kist of de brief te denken. ‘Ik ben op weg naar de Universiteit van Nieuw-Alkmaar. Het wordt mijn eerste dag daar.’ ‘Dat is toevallig,’ zei Alexander, die zijn lange benen introk, zodat het meisje kon gaan zitten. ‘Daar ben ik ook naar op weg. Wat voor studie ga je doen?’ ‘Klassieke talen,’ antwoordde het meisje. ‘Behoorlijk saai, hè?’ ‘Welnee,’ zei Alexander. ‘Dat ga ik namelijk ook doen.’ ‘Oh, echt waar? Dan heb ik direct als een leuke studiegenoot gevonden.’ Alexander grijnsde verlegen. ‘Hoe heet je eigenlijk?’ vroeg het meisje. ‘Ik – oh.. Alexander, Alexander van Wijk.’ ‘Mijn naam is Sara de Groot…’ Zo begonnen ze een heel gesprek over van alles. Het begon harder en harder te regenen en het gesprek ging over spijkerschrift. Plots schoot Alexander iets te binnen. ‘Zeg, Sara. Heb jij wel eens gehoord van Oud-Bovenische Runen?’ ‘Wat voor runen?’ ‘Oud-Bovenische Runen. Mijn jongere zus had het erover.’ ‘Daar heb ik nog nooit van gehoord. Misschien leren we er wel iets over op de universiteit.’ Ze stond op. ‘Maar ik moet even mijn spullen halen. Die liggen nog in de andere wagon.’ ‘Oh, oké. Tot zo.’ ‘Later.’ Ze liep weg, deed de deur open en weer dicht. Nu zat hij weer in zijn eentje in de coupé. Hij wachtte vijf minuten, maar ze was nog niet terug. Hij staarde uit het raam. Het landschap werd heuvelachtiger. De trein naderde een tunnel. De lichten vielen uit. Vast een stroomstoring. Ze gingen de tunnel in. Het licht flikkerde en ging weer aan. De trein begon langzaam af te remmen. Wat vreemd. Alexander keek op zijn horloge. Kwart over acht. De trein zou pas over een kwartier aankomen. Vreemd. De trein kwam uiteindelijk tot stilstand. Wat bizar. Ze bevonden zich nog steeds in de tunnel. De deuren gingen open. Hij stapte verbaasd uit. ‘Goed dat je er bent. Nu is het nog wachten op je zusters.’ zei een stem.

Arianne stond bij de hoek van de straat te wachten. Als Diana en Esther maar opschoten, want ze had geen zin om te laat te komen. Haar mobiel ging af. Ze haalde hem uit haar zak. Een sms’je van Esther.

ben ziek. Vertrek zonder mij.
Esther

Nu hoefde ze alleen nog op Diana te wachten en die was zoals gewoonlijk altijd wat later. Ze wachtte. Ze is normaal aan de late kant, maar zó laat. Haar mobiel ging weer af. Nog een sms, dit keer van Diana.

Arian, ik ben ziek. Wacht maar niet op me.
Diaan.

Lekker is dat. Nu had ze voor niks in dit hondenweer staan wachten. Ze reed van het stoepje af, op weg naar school. Ze reed langs de straten. Ze kwam aan bij de spoorwegovergang. Er was een fietsertunneltje, dat onder het spoor doorging. Normaal gingen ze daar nooit doorheen, omdat Esther het eng vond vanwege hangjongeren. Dan moesten ze omrijden. Maar nu was ze alleen en wat later, dus om tijd te besparen, reed ze naar beneden. De tunnel was, in tegenstelling tot wat ze altijd dacht, veel langer. Ze reed door de tunnel en onderhand viel het licht uit. En het ging weer aan. Wat raar. In de verte zag ze een nog veel feller licht. Vast een of andere stomme fietser met zo’n irritant fietslicht. Maar er kwam geen fietser langs. Ze zag iets, dat ze nog nooit had gezien. Een spiraal van licht. Het zag er best mooi uit. Ze wilde remmen, maar dat lukte niet meer. Ze vloog door de spiraal en het werd donker. Pikzwart was het. Daarna werd het iets lichter en zag ze dat ze zich in een andere ruimte bevond. Het was er vrij donker. Een grot of zoiets. Ze keek om zich heen en zag een lege treinwagon staan. ‘Arianne?’ Een bekende stem zei haar naam. Ze keek om en zag Alexander.

Gea liep naar haar nieuwe school. Niet zoals Alexander en Arianne, was haar school gewoon in het dorp. Ze liep door een steeg. Een vondst die ze zelf ontdekt had. Haar vader had haar verboden om zo naar school te gaan omdat er misschien hangjongeren zouden zijn, die haar wilden overvallen. Gewoon geklets. Trouwens, het was veel korter en de steeg bood enige beschutting tegen de regen. Ze zag een kat onder een afdakje zitten. ‘Hier poesje!’ Ze aaide hem over zijn kop. Hij mauwde van genoegen. Ze stond op en liep verder. Ze keek om naar de kat. Die staarde haar aan. Hij mauwde nog een keer en opeens was de regen opgehouden. Ze keek omhoog. Een verblindend licht scheen op haar. Ze voelde haar voeten van de grond loskomen. Ze keek omlaag. Ze zweefde. Toen werd alles donker. Al de lucht werd uit haar longen geperst, haar ogen werden dichtgedrukt en ze voelde een enorme druk op haar lichaamsdelen. Toen nam de druk af en ze kon ze weer ademen. Ze viel op de grond. Een harde, koude stenen grond. Ondanks dat het hard was en pijn deed, voelde de grond toch lekker aan. Ze opende haar ogen en zag dat ze zich in een grot bevond. Er stond een treinwagon. Wat deed die daar. Ze hoorde stemmen achter zich. Aan de andere kant van de wagon stonden drie mensen. Een man met een donkergrijze baard, en Alexander en Arianne.

‘Alexander! Arianne!’ Haar broer en zus, die haar nog niet opgemerkt hadden, keken op. ‘Gea!’ riep Arianne terug. Ze liepen naar haar toe. ‘Wie is die man?’ vroeg Gea, en ze wees op de man met de donkergrijze baard. ‘Dat weten wij ook niet,’ antwoordde Alexander. ‘Hij wilde zijn naam pas zeggen als jij er ook was.’ ‘En waar zijn we dan?’ ‘Zijn schuilplaats, zoals hij dat zelf noemt.’ ‘Laten we maar naar hem toe gaan,’ zei Arianne, die alweer naar de oude man liep. Alexander en Gea volgden haar. ‘Onze zus is gearriveerd,’ zei Arianne. ‘Vertelt u nu wie u bent?’ ‘Natuurlijk,’ zei de man. ‘Mijn naam is Hioles Sulcof.’

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Wraak van Si-Aedon

Berichtdoor Tijgerboy » 19 apr 2012, 10:18

Het is alweer een tijdje geleden dat ik hier wat gepost heb. Met het vorige verhaal ben ik nog steeds bezig, maar dat is op een wat lager pitje kome te staan omdat ik bezig ben met een nieuw verhaal: Het Spoor der Herinnering.

Vandaag komt een inleiding samen met een korte proloog:

Het verhaal gaat over Mark Stallborough, een man met een gave: hij kan herinneringen van anderen binnendringen. Tijdens zijn jeugdjaren wordt hij zich hier langzaamaan van bewust en besluit om bij de politie te gaan werken. Hier dringt hij in de herinneringen van slachtoffers binnen en gebruikt analyseert wat hij waarneemt. Op een dag komt er een vrouw verhaal doen over een mislukte moordpoging op haar, waarbij de dader van de trap viel en om het leven kwam. Als Mark in haar herinnering kijkt, ontsnapt de moordenaar uit de herinnering en gaat hij ervandoor om zijn klus af te maken...

Het Spoor der Herinnering - Proloog

In de wereld zijn er twee Typen mensen. Het Ene Type weet zich niet te onderscheiden van het Andere Type, maar het Andere Type is wel in staat zich te onderscheiden van het Ene. De verklaring hiervoor is heel simpel: het Ene Type weet helemaal niet dat er twee zijn. Dit Type denkt dat er maar één soort mens is, dat iedereen van het andere Type tot het ene behoort. Ze weten zelfs niet wat Typen zijn
Het Andere Type weet echter wel beter. Zij weten dat zij tot het Andere Type behoren, en dat het Ene Type dat niet weet. En het liefst houden ze dat zo lang mogelijk geheim, want ze willen niet dat mensen van het Ene Type ze lastig vallen, waardoor ze hun problemen zullen laten oplossen. Het Andere Type heeft daar gewoon geen zin in. Het enige wat ze willen is met rust gelaten worden door mensen van het Ene Type. Daarom hebben de mensen van het Andere Type een heel goed talent ontwikkeld om datgene wat hen onderscheidt van het Ene Type en het feit dat zij mensen in Typen onderscheiden, zo goed mogelijk te verbergen. Ze hielden het onderscheiden van Typen gewoon voor zichzelf.
Net als bij roodharigen zijn er steeds minder mensen van het Andere Type. Sommigen geloven dat alle mensen van het Andere Type al sinds voor de Tweede Wereldoorlog zijn uitgestorven, maar op twaalf februari 1983 werd er toch nog een jongetje van het Andere Type geboren, en zijn naam was Mark Stallborough.

Mark Stallborough was geboren in Cardiff als kind van twee ouders van het Ene Type. Toen hij vijf jaar oud was, verhuisde hij met zijn familie naar Londen, omdat zijn vader Richard, die voor een verzekeringsmaatschappij werkte, promotie kreeg en naar het hoofdkantoor werd overgeplaatst. Mark had één jongere zus, Claire, die twee jaar jonger was dan hij. Net als hun ouders van het Ene Type. Hun moeder Mary werkte in Cardiff bij een grote boekenwinkel, en had ermee ingestemd om na de verhuizing bij een filiaal in Londen te werken.

Mark had zijn eerste ervaring met het Andere Type toen hij zeven jaar oud was. Het was een zonnige woensdag in mei, een woensdag die zoals gewoonlijk haastig begon.

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: Het Spoor der Herinnerin

Berichtdoor maarten95 » 12 mei 2012, 18:59

Wauw, dat klinkt best spannend! :D Wat ik heel knap vindt is dat de personages realistische namen en achtergrondverhalen hebben, dat vind ik heel belangrijk ik een verhaal. Ik ga het vervolg zeker lezen! :)
Kijk voor mijn foto's en tekeningen in Maarten's tekentopic, DeviantArt.com (Maarten95).
maarten95
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 5101
Geregistreerd: 06 jul 2006, 11:01
Woonplaats: Berlikum - Friesland



Vorige

  • Reklame Boodschappen
cron