Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: Het Spoor der Herinnering

De plek waar je je creatieve ei kwijt kunt. Tekeningen, bewerkingen, verhalen en eigen gemaakte knutselwerkjes kunnen hier worden getoond.

Berichtdoor Pinguinboy » 31 mei 2009, 19:46

mooi verhaal, Tijgerboy.
ik vindt dit een hele goede reeks en ik lees het verhaal graag, mijn complimenten ;)
kom naar Novpin en red de pinguins in kaapstad!
Lees HIER mijn verhaal ''De Strijd om de walvissen'' en volg het avontuur tegen de Japanse walvisvaarders! :book:
Mickey Mouse wees me erop dat ik er minder van moest snoepen, terwijl Teigertje me er meer voerde, en Winnie de Pooh me probeerde over te halen om gewoon honing te gaan eten.
Pinguinboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 2026
Geregistreerd: 04 aug 2006, 19:49
Woonplaats: op aarde



Berichtdoor Tijgerboy » 09 jun 2009, 12:06

Hoofdstuk acht
De Strijd


De Vries rammelde aan de deurklink. ‘Op slot,’ zei hij. ‘Laat mij eens,’ zei de assistent van Kriebelsnor. Hij haalde zijn zilveren apparaatje uit de binnenzak van zijn jas en hield het voor de deurklink terwijl hij het knopje indrukte en er een zoemend geluid te horen was en er een zwak blauw licht uitkwam. Het slot ging met een klikkend geluid open. ‘Bedankt eh…’‘Noem mij maar gewoon Dokter,’ zei de assistent. ‘Oké, nu moeten we uitkijken,’ zei De Vries en hij duwde de houten deur langzaam luid krakend open. Het maanlicht scheen naar binnen en er was een brede stenen trap zichtbaar.

Vanaf de andere helling bovenaan vallei keek hij over het dal heen naar de andere heuvel. Daar was het. Als hij er onopvallend wist te komen, dan zou hij rijkelijk beloond worden. Hij daalde de helling af. Zijn lange mantel sleepte over de grond. Hij ging vlot naar beneden, maar zijn manier van lopen was merkwaardig kalm, alsof hij een paar centimeter boven de grond zweefde. Hij liep met een grote boog om het rustige dorp heen. Langzaam liep hij over het pad naar het kasteel omhoog. Het kasteel kwam steeds dichterbij. Toen zag hij dat er iets niet klopte. De deur stond wagenwijd open en iemand had binnen een licht aangedaan. Uit de schaduw achter de deur stond een kat. ‘Pluisje,’ zei de man. ‘Zeg maar tegen baasje dat ik eraan kom.’ De kat mauwde luid. ‘WAT zeg je?’ Hij stormde het kasteel binnen en rende de trap op.

‘Stil! Ik hoorde iets.’ De Dokter, Van Vliet en De Vries waren net de trap afgelopen die achter een zijdeur in de hal zat. De Dokter liep stilletjes naar boven en tuurde door de kier van de deur. Iets of iemand was de trap op gerend. De Dokter zag alleen een zwarte mantel de hoek om wapperen. ‘Hij gaat richting Kriebelsnor en Baron Hendrik,’ fluisterde De Vries zachtjes. ‘Ik ga ze wel achterna,’ zei Van Vliet en hij liep door de hal naar de trap. ‘Gaan jullie daar kijken.’ ‘Oké, we komen elkaar weer tegen.’ Hij liep de trap op en ging de hoek om. Hij hoorde iets achter hem ritselen en keek om. Een witte kat kwam de hoek om rennen. Zijn rug stond omhoog en hij blies naar Van Vliet. Nog voor hij zich kon omdraaien en kon wegrennen, sprong de kat richting zijn gezicht. Hij haalde met zijn klauwen uit. Van Vliet wist het beest nog net te ontwijken en greep de kat bij zijn staart. Hij probeerde hem weg te smijten, maar de kat klampte zich aan zijn benen vast en begon met zijn klauwen Van Vliets broek open te scheuren. Hij schreeuwde het uit van de pijn.

Kriebelsnor en Baron Hendrik keken geschrokken om. Ze draaiden zich om en renden naar de deur waar ze zojuist doorheen waren gegaan. Toen ze de deur openden, stonden ze tegenover een kleine magere man. Hij had een zwarte mantel en een kap die ver over zijn gezicht was getrokken. Alleen een smalle kin met een litteken was zichtbaar. De kleine man stampte op de grond en er ontstond een schokgolf die over de grond raasde. Toen de golf de twee mannen raakte, werden ze door de lucht gesmeten terwijl het kleine mannetje verder rende.

‘Help me!’‘Daar kwam het vandaan,’ De Vries wees naar een donkere zijgang. ‘Aaaaah!’ Ze renden door de donkere gang. De Vries ging voorop. ‘We komen eraan!’ Ze gingen nog sneller rennen. Daar was een traliedeur. Achter de deur zat en vastgebonden figuur. Het was een vrouw. Het was Kramer! De Dokter gebruikte zijn apparaatje om de deur open te maken. ‘Kramer! Daar ben je.’ De Vries maakte haar los. ‘We moeten hier nu onmiddellijk weg,’ zei de Dokter. ‘Hoezo?’‘Mijn sonische schroevendraaier heeft een magisch krachtveld geactiveerd en alles staat nu op het punt om in te storten.’ Boven zich hoorden ze gerommel en er viel een steen naar beneden die vlak bij de traliedeur landde. ‘Kom mee, dan!’ riep De Vries en hij rende naar de gang waar ze vandaan kwamen. ‘Wacht, Jaap!’ De Vries draaide zich om. Kramer had geroepen. ‘Ik weet een andere weg, een kortere weg naar boven. Volg me.’ Ze gingen de andere kant op. Uiteindelijk kwamen ze bij een trap en liepen omhoog. Aan het einde van de trap was een luik zichtbaar. De Vries reikte met zijn hand en hield de klink van het luik vast.

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Berichtdoor Tijgerboy » 07 jul 2009, 18:02

Hier komt het slot van mijn verhaal. Na de vakantie komt er een nieuw verhaal genaamd De Berggeesten

Hoofdstuk 9
Johan


‘Ik voel iets,’ zei de grote man in de stoel. ‘Ga eens kijken,’ beval hij aan de magere man met het verveelde gezicht. ‘Natuurlijk, meester.’ Hij verdween in de schaduw.

De Vries wilde net het luik openen, toen hij opeens een pijnlijke steek in zijn schouder voelde en plots lag hij op een stenen vloer in een donkere schaduw. Hij hoorde een halffluisterende stem, een luik dat werd dichtgeslagen en diverse voetstappen. Hij krabbelde voorzichtig overeind. ‘Inge, Dokter, zijn jullie daar?’ vroeg hij zachtjes. Hij probeerde rond te kijken, maar het was te donker. Plotseling hoorde hij een bekende stem. Hij schrok en keek op. ‘Niet bang zijn. Ik ben het maar, de Dokter.’ Hij zuchtte van opluchting. Hij keek tuurde inspannend naar waar de stem vandaan kwam. Hij kon een donker silhouet nog maar net onderscheiden. Hij liep een smalle gang door, naar de Dokter. ‘Kom verder,’ fluisterde Kramer. ‘Aan het einde van deze gang zit een of andere engerd in een stoel. Hij zit achter de inbraken.’ ‘Mooi zo. Dan kunnen we hem direct arresteren.’ De Vries vroeg zich af, wat er gebeurd was toen hij het luik wilde openen. De Dokter leek zijn gedachten te kunnen lezen en vertelde: ‘Toen jij de klink vastgreep, werd het luik met grote kracht opengerukt. Jij werd in de lucht gesmeten. De persoon die het luik had geopend wilde zijn meester roepen, maar wij wisten hem bewusteloos te slaan.’

Ze kwamen aan het einde van de gang en zagen een grote stoel in het midden van de ruime kamer staan. De Dokter bleef staan, terwijl Kramer en De Vries met getrokken pistolen naar de stoel slopen. Er werd op de deur geklopt. Kramer en De Vries schrokken zich een ongeluk en De Vries liet zijn pistool bijna vallen. ‘Binnen,’ bromde de man in de stoel. De deur ging langzaam, met een krakend geluid open. Een klein figuur met een zwarte mantel kwam binnen. ‘Heb je het?’ vroeg de grote man met veel opwinding in zijn stem. ‘Ja, meester,’ zei de kleine man vol vreugde. Hij haalde een zakje onder zijn mantel vandaan. Een windvlaag woei naar binnen en de kap van de kleine man vloog af. Hij had een bleek gezicht dat onder de littekens zat. Zijn kleine ogen werden groot van angst. Heel even dacht De Vries dat hij hem had gezien. ‘Meester,’ fluisterde hij geschokt. ‘Wat?’ vroeg de grote man in de stoel geïrriteerd. ‘Krijg ik dat kristal nog of hoe zit dat?’‘Kijk eens achter u…’ Hij draaide zich langzaam om. De Vries dook snel weg achter de rugleuning van de stoel en Kramer sloop naar de gang waar De Dokter stond te wachten. ‘Waar heb je het over?’ de grote man werd nog geïrriteerder. ‘Ik zie helemaal niets!’ ‘Laat maar,’ piepte de kleine man en hij haalde het kristal uit het zakje. Het had een mysterieuze groene gloed. ‘Geweldig!’ De grote man haalde twee andere kristallen en een gouden staf uit zijn zak. ‘Nu de drie kristallen en de staf herenigd zijn, zal niets mij nog kunnen stoppen!’ Hij zette het eerste kristal, een blauw exemplaar, op de staf. Daarna het tweede kristal, dat rood was. De twee kristallen begonnen te gloeien. Hij wilde het derde kristal net bij de andere voegen toen de deur met een luid kabaal open werd gesmeten.

Van Vliet, Baron Hendrik en Kriebelsnor stormden binnen. De Vries schrok zich een ongeluk door het lawaai, maar wist zich stil te houden. Kramer en De Dokter slopen verder naar achteren in de donkere gang. Van Vliet zag er gehavend uit. Zijn been bloedde en er liepen grote krassen over zijn gezicht. Kriebelsnors snor was nog pluiziger en Baron Hendrik had een grote blauwe plek op zijn kale hoofd. ‘Stop!’ riep Baron Hendrik schor. ‘Das sind meine Kristallen.’ ‘Wat doen jullie hier, dwazen?’ De grote man was woedend en schreeuwde harder dan gewoonlijk. Hij wees met zijn grote vingers naar de drie mannen. Een enorme zwarte bubbel ontstond midden in de lucht en zweefde naar de mannen toe. Onderhand werd hij steeds groter en sloot hen in. ‘Waar is hij toch,’ mompelde hij in zichzelf. ‘Shkaat, ga eens kijken waar Nemod blijft. Ik vroeg hem twintig minuten geleden om naar de kerkers te gaan, maar hij is nog steeds niet terug. ‘Ja, meester,’ zei de kleine man en hij liep langs de stoel naar de donkere gang, waar Kramer en de Dokter verborgen zaten. De Vries leunde richting de gang, waar Kramer zat en fluisterde: ‘Nu!’ De kleine man keek verbaasd om, maar liep weer verder. Toen hij langs Kramer liep sloeg zij hem hard op zijn hoofd en viel bewusteloos op de grond. Dit was het moment. De grote man was alleen. Nu kon hij hem te pakken krijgen. Hij stond op. ‘Handen omhoog.’ zei De Vries en hij trok zijn pistool en richtte die op het achterhoofd van de grote man. De man lachte zacht en gemeen. ‘Ah, ik dacht al, wanneer gaat hij het doen.’ ‘Wat bedoel je?’ De Vries was verbaasd dat de man hem had verwacht. ‘Ik voelde je aanwezigheid al vanaf dat je in dit kasteel bent. Ik wist dat je achter mijn stoel zat, ik wist alles.’ ‘Waarom heb je me dan niet al vanaf dat ik binnen was afgemaakt.’ De Vries begreep er niets meer van. ‘Omdat ik wilde weten hoe ver je kwam voor ik je ga vermorzelen.’ Hij zette het laatste, groene kristal op de staf. De drie kristallen straalden samen een wit licht uit. De Vries werd door een onzichtbare kracht opgetild en tegenover de grote man gezet. Hij richtte zijn staf op het hart van De Vries. Onderhand zag De Vries maar één uitweg. Hij moest hem doodschieten. Hij richtte zijn pistool op de man en schoot. De kogel werd afgeweerd door een magisch schild. ‘Haha, denk je soms dat een gewone kogel mij kan tegenhouden?’ Opeens kon De Vries zich niet meer bewegen. Nu zou het einde nabij zijn. De man schoot een donkere energiestraal uit zijn staf. De Vries sloot zijn ogen. Het einde was nabij. Dat wist hij. Hopelijk konden Kramer en De Dokter hem dan nog tegenhouden. Hij wachtte op de klap.

Die bleef uit. De Vries opende zijn ogen voorzichtig. De Dokter had met zijn apparaatje de straal geblokkeerd en die vloog nu door de kamer, ketste tegen de muren, het plafond en de vloer en verliet de kamer uiteindelijk door het raam. De Vries kon zich weer bewegen. De man schoot nog een energiestraal. De Vries dook weg en probeerde de staf uit zijn handen te slaan. Hij miste. Onderhand waren Kramer en De Dokter uit de schaduw gekomen en hielpen hem door te proberen de staf uit zijn handen te slaan. De Dokter blokkeerde de stralen met zijn apparaatje. ‘Meester, wat is er aan de hand?’ De twee hulpjes van de grote man kwamen tevoorschijn uit de schaduw. ‘Klep dicht en help me!’ Schreeuwde de grote man gefrustreerd. De kleine man dook en greep met zijn handen, die in schaduwen veranderden, naar de voeten van De Dokter. Die viel en zijn apparaatje gleed uit zijn hand. De twee worstelden met elkaar, terwijl de grote man een energiestraal op De Dokter afvuurde. De Dokter zwaaide zijn benen in de lucht en de kleine man vloog met zijn voeten mee. De straal raakte de kleine man. De Dokter voelde de greep op zijn voeten verslappen en de kleine man liet hem los. De Dokter greep naar zijn apparaatje, terwijl hij verwachtte dat de kleine man hem opnieuw wilde grijpen. Die stond echter op en liep met grote passen naar de grote man. ‘Ik ben mijn krachten kwijt!’ schreeuwde hij pieperig. ‘Nou en?’ De man reageerde onverschillig. ‘Je hebt ze niet meer nodig. Ik heb jou niet meer nodig.’ Hij schoot een energiestraal op de kleine man. Deze dook naar de handen van de man en voor hij geraakt werd rukte hij de staf uit zijn handen en smeet hem op de grond. De staf brak in tweeën. ‘NEEEEEEEEE!!’ De kleine man lag dood op de grond. De oude man had zich teruggetrokken in de schaduwen en verderop hoorden ze een luik dat open en dicht ging. ‘Het is drie tegen één!’ zei Kramer. ‘Geef je over.’ Zij en De Vries hadden hun pistool allebei getrokken. ‘Niet voordat ik me heb laten zien.’ De man grinnikte en trok zijn kap af. De Vries schrok het ergste.

Het was Johan Schippers, zijn oude jeugdvriend, die op zijn twaalfde naar Duitsland verhuisde. Toen hij twintig was, vijftien jaar geleden, had hij het laatst wat van hem gehoord. ‘Schiet me maar dood.’ Hij grijnsde krankzinnig. Heb je het in je om je oude jeugdvriend te doden. ‘Waarom?’ De Vries kon het niet begrijpen. ‘Waarom heb je dit gedaan?’ ‘Heb ik je nooit verteld waarom ik naar Duitsland ben verhuisd? Ik moest van mijn ouders magie studeren. Ze wisten dat ik de krachten had en stuurden me naar een oude vriend van m’n pa. Hij leerde me alles van de toverkunst. Totdat ik op mijn eenentwintigste besefte dat je nog veel leukere dingen kon dan muizen in kikkers veranderen en ze daarna laten verdwijnen. Zoiets als de macht grijpen. Hij bulderde krankzinnig. De Vries keek verward naar de man. Zijn pistool trilde in zijn handen en voor hij het wist haalde hij de trekker over. Hij schrok van de knal en zijn geest was weer helder. Hij zuchtte diep en keek naar de dode man in de stoel. Dit was het einde. Niet alleen van een oude vriend, die krankzinnig was geworden, en alleen maar kwade dingen wilde aanrichten, maar ook van een mysterie dat opgelost móést worden.

Einde
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Berichtdoor Laurens zoofan » 07 jul 2009, 18:48

echt een heel goed verhaal :D :!: Je schrijft het heel spannend het is leuk om te lezen I) Ik heb alle hoofdstukken met veel plezier gelezen ;)
Ga zo door zou ik zeggen en ik ben benieuwd naar je volgende verhaal :)
Klik hier voor mijn showroom waar al een jaar niks meer is gepost.
Klik hier voor mijn probeerseltjes die nergens op lijken.
Kortom: Bespaar de moeite ergens op te klikken...
Laurens zoofan
Avatar gebruiker
Winnaar ZT 2 Desert Contest
Berichten: 238
Geregistreerd: 17 jun 2009, 20:59
Woonplaats: Rotterdam



Berichtdoor Tijgerboy » 21 jul 2009, 11:39

Vandaag begin ik aan het eerste deel van mijn nieuwe verhaal

De Berggeesten
Hoofdstuk 1
Een nieuw begin


Onze planeet Aarde heeft altijd al te kampen gehad met aantasting door de mensheid, van het uitsterven van de mammoeten, tot het smelten van de poolkappen. De Aarde heeft dit altijd kunnen verdragen, tot op een bepaald punt. Ergens, ver in de toekomst, miljoenen jaren na de eenentwintigste eeuw, was de maat vol. Na het uitsterven van alle zeehonden, het onderwaterlopen van Nederland en België en de verdroging van de Kaspische zee, was de wereldoogst maïs, de enige groente die nog over was, mislukt. Er heerste een wereldwijde hongersnood en er zat maar één ding op. De aarde moest verlaten worden. Wij mensen hadden de grens bereikt. De planeet kon de ruim 26 miljard mensen niet meer aan.

Gelukkig werd er al duizenden jaren aan een oplossing gewerkt. Een groep wetenschappers was erin geslaagd om tien planeten uit een zonnestelsel, ver in de ruimte allemaal op dezelfde afstand van de zon even snel, om hun eigen as en om de zon, te laten draaien als de aarde en precies even groot te maken. Er werden plannen gemaakt om gigantische ruimteschepen te bouwen die alle mensen naar de nieuwe planeten konden leiden.

Na enkele jaren was het eerste schip klaar. In de tussentijd stierven er ruim twee miljard mensen door de hongersnood. Met het eerste schip konden ruim vijf miljard mensen mee. Een half jaar later vertrokken er een tweede en een derde schip, en even later nog een vierde en een vijfde schip. Zo liep de aarde langzaam leeg.

In de duizenden jaren daarna herstelde het evenwicht zich langzaam. De grote smogstorm die boven het midden van de VS woedde was verdwenen. De zeespiegel zakte en Nederland en België kwamen weer boven water, doordat de polen weer bevroren en er ontstonden overal nieuwe soorten dieren en planten, die zich met succes ontwikkelden. Dit kwam doordat de mens helemaal weg was, nou helemaal...

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Berichtdoor Tijgerboy » 01 sep 2009, 15:52

Hoofdstuk 2
De Natyucca-Indianen


Slechts één groep mensen bleef achter. Het waren de Natyucca indianen, die op de berghellingen op de grens van Peru en Brazillië woonden. Zij gingen niet mee omdat niemand ooit van hun bestaan wist, en zij wisten ook niet van het bestaan van andere mensen. Op de dag dat het eerste schip vertrok zagen ze echter wel een groot, zilverkleurig ding door de lucht vliegen.

'Een zilveren vogel,' zei het stamhoofd. 'Dat betekent dat er meer zullen volgen.' En inderdaad, een korte tijd later vlogen er twee zilveren 'vogels' door de lucht. 'Dat betekent dat we binnenkort een goede oogst zullen krijgen,' zei het stamhoofd. Nadat ook de laatste twee schepen weg waren, gaven de akkers nog nooit zoveel fruit en had het bos nog nooit zoveel dieren geteld.

Enkele honderden jaren na het vertrek van de 'vogels', vlak voor het regenseizoen, werd er een jongen geboren. Iëwan heette hij. Dat betekent 'zoon van de regen', omdat de droge tijd was afgelopen en het begon te regenen op de dag dat hij werd geboren.

Iëwan groeide op. Toen hij vijf jaar was verloor hij zijn vader. Een emotioneel verlies, niet alleen voor hem, zijn moeder en zijn oudere broer, maar ook voor de hele stam, want Eodù, Iëwans vader, was een goede jager, die strikt jaagde uit principes. Geen jonge dieren of moederende dieren doden. Dit had hem echter wel het leven gekost.

Op een dag was Eodù met een groep jagers op jacht. 'Stil,' fluisterde Daor, de jager die voorop door het dichte struikgewas sloop. 'Ik hoor iets.' En inderdaad uit de struiken rechts van hen klonk geritsel. 'Ik ga kijken.' Daor draaide zich langzaam om en trok de takken voorzichtig opzij. Hij zag een pad lopen, en voetsporen en uitwerpselen van een dier waren te zien. Hij ging op zijn hurken zitten en bestudeerde de sporen. 'Een Mankaki, en het is nog vers,' fluisterde hij. Mankaki's waren grote apen. Ze konden soms goed met mensen overweg, maar als je op het verkeerde moment te dicht bij ze in de buurt kwam bijvoorbeeld als ze jongen hadden, dan werden ze agressief, haalden uit met hun enorme klauwen en staken met de hoornen punt van hun staart in je lijf waardoor ze een zeer krachtig gif in het bloed aanbrachten. Dat gif was zeer waardevol en medicijnmannen konden er drankjes van maken die elke ziekte zou genezen. Daor sloop over het pad naar de plek waar de Mankaki zou zitten. Eodù bestudeerde de voetsporen ook en zag dat er iets niet in de haak was. Naast de grote voetsporen van de Mankaki liepen ook nog kleinere sporen. Het was een moederende Mankaki met jongen. 'Daor! Kom terug!' siste Eodù, maar die hoorde hem niet. Eodù rende zo geruisloos mogelijk over het pad, waar Daor zou zijn en vond hem, maar Daor was al te dicht in de buurt gekomen van de Mankaki en die sprong uit een kluit hoog gras. De twee stonden tegenover een luid krijsende, magere aap van bijna twee meter groot. In eerste instantie haalde de aap met zijn klauwen uit naar Daor, maar Eodù trok hem weg en werd zelf geraakt door de klauwen. Een diepe wond liep over zijn schouder. 'Wegwezen!' riep Eodù tegen Daor terwijl de Mankaki hem probeerde te raken met haar giftige staart. De twee renden over het modderpad met het beest op hun hielen. Ze waren bijna bij de andere jagers toen het dier een sprong maakte en op Eodù's schouders landde. Die verloor zijn evenwicht en viel voorover met zijn gezicht in de modder. De Mankaki stond op hem om te voorkomen dat hij ontsnapte en mikte de punt van haar staart in de schouder van Eodù. Die begon te kreunen van de pijn, werd bleek en zijn gezicht en zijn goede arm, waarmee hij de aap tot op het laatste moment van zich af probeerde te duwen werden slap en vielen neer in de modder.

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Berichtdoor Tijgerboy » 21 sep 2009, 07:23

Hoofdstuk 3
Iëwan


Nadat Eodù was gestorven ging de Mankaki terug naar zijn nest. De andere jagers droegen zijn lichaam naar het dorp.

Iëwan stond te kijken terwijl de jagers binnen kwamen. Ze droegen samen iets groots. Misschien hadden ze wel een Mankaki gevangen. Zijn vader liep echter niet tussen de andere jagers. Waar zou hij zijn? Had hij misschien zelf een ander dier gedood en meegenomen? Hoopvol keek hij naar de rand van het dorp, waar hij zijn vader elk moment met een hert, een wild zwijn of een buffel kon verwachten. Niemand. De andere jagers hadden datgene dat ze droegen neergelegd. Met een schok besefte dat het zijn vader was. ‘Papa!’ snikte hij. ‘Wat is er met papa?’ vroeg hij aan zijn moeder die stond te huilen. ‘Is papa ziek? Moet de medicijnman hem beter maken?’ Zijn moeder schudde haar hoofd. ‘Hij is gestorven!’ en ze begon nog harder te huilen.

Twee dagen na dit verlies werd Eodù in het dorpsgraf begraven. Twee andere jagers, onder wie Daor, lieten zijn lichaam zakken in een diepe kuil in een grot waarin al zoveel overleden dorpelingen lagen. Zelfs weken na Eodù’s dood heerste er een sombere sfeer in het dorp.

Bijna tien jaar later was Iëwan veertien jaar oud. Over een paar dagen zou hij vijftien worden en werd hij een man. Hij moest zichzelf bewijzen als jager door een beest af te schieten. Hij wilde erg graag jager worden, net als zijn vader was geweest. Hij was al een paar keer mee uit jagen geweest, samen met zijn oudere broer Dram en hij leerde van hem hoe hij een pijl moest afschieten en hoe je het beste een speer kon gooien. De laatste keer mocht hij zelfs proberen om een Elizon, een groot hert met de bouw van een neushoorn, af te schieten. Hij kon het echter niet. Hij kon niet aanzien hoe dat beest doorboord werd met een pijl en een pijnlijke dood stierf. Dat wilde hij niet. Gelukkig kon hij zijn broer vertrouwen en zou hij het aan niemand doorvertellen. Dat wilde hij niet. Stel je voor als zijn vrienden erachter zouden komen. Jocrassa en Dursip, tweelingbroers en Iëwans vrienden, waren er enkele weken terug, op hun vijftiende verjaardag samen in geslaagd een Mankaki te doden. Sindsdien had iedereen groot ontzag voor hem. De laatste keer dat iemand een Mankaki doodde was meer dan twintig jaar geleden. Dat was Eodù.

Iëwan kon niet de nacht voor zijn verjaardag niet slapen van de zenuwen. Wat als hij niet durfde? Wat dan? Moest hij dan maar boer worden en elke dag bij Agros het graan binnenhalen en de Elizons van stal halen? Of ging hij in de leer bij Cédim en werd hij medicijnman? Piekerend sukkelde hij uiteindelijk in slaap.

‘Iëwan, wakker worden.’ Hij hoorde een stem. Zijn moeder waarschijnlijk. Vandaag was de dag. ‘Sta op.’ Tot zijn verbazing was het een mannenstem, die stem kwam hem vaag bekend voor. Hij opende zijn ogen en hij keek in het vriendelijke gezicht van zijn vader.

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Berichtdoor Tijgerboy » 02 nov 2009, 14:35

Hoofdstuk 4
Het Land van de Levende Dood


Iëwan schrok zich een hoedje. Zijn vader was toch dood? ‘Vader? Bent u het echt? U -u was toch dood?’ ‘Ja, ik ben inderdaad dood,’ antwoordde zijn vader. ‘Maar jij en ik bevinden ons allebei op een plek die bekendstaat als het Land van de Levende Dood. Op deze plek kunnen zowel levenden als doden elkaar weer ontmoeten, maar niet iedereen kan dat. Alleen levenden met een sterk aura kunnen naar deze plek toe.’ Iëwan luisterde gefascineerd naar de woorden van zijn vader. Vader en zoon omhelsden elkaar stevig. ‘Vader.’ ‘Zoon.’ Toen ze elkaar loslieten, keek Iëwan om zich heen. Ze bevonden zich in een kleine, stenen kuil. De grond was van onregelmatige, stenen tegels, maar overal groeiden plukken lang, hoog gras tussen de spleten door. In het midden bevond zich een groot bouwwerk dat uit grote keien bestond. Het was een soort primitieve toren. Aan de top van de toren brandde een vlam. In de wanden van de kuil stonden allemaal vreemde tekens gegrift, waarschijnlijk oude geschriften van hun voorouders. In één stuk wand was een stenen poort uitgehouwen. In de opening van de poort zat een blauwe, kolkende spiraal ‘Vader?’ vroeg Iëwan. ‘Waar ga je eigenlijk heen als je dood bent?’ ‘Dat kan ik je helaas niet vertellen.’ Zijn vader schudde zijn hoofd. ‘Als je die plek aan een levende onthult, zullen beide zielen voorgoed vernietigd worden. Dat is een oeroude magische wet, geen enkele levende mag de plek waar doden heengaan weten. Kom mee, we moeten nodig eens bijpraten.’ Ze gingen samen op een stenen bank zitten. ‘Je bent flink gegroeid sinds ik je voor het laatst heb gezien. Hoe is het met je?’ ‘Niet zo best,’ antwoordde Iëwan somber. ‘Morgen word ik vijftien en moet ik een dier doden om mezelf te bewijzen en jager te worden, maar ik heb nog nooit een pijl geschoten. Toen ik laatst een Elizon wilde afschieten, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de pijl los te laten en dat beest te laten sterven.’ ‘Weet je, ik durfde het ook niet toen ik jouw leeftijd had. Ik kon het niet aanzien hoe een moederende Jagoela zou sterven terwijl haar jong nog afhankelijk van haar zou zijn. Het jong durfde ik ook niet te doden, omdat ik weet hoe verdrietig een ouder is als zijn kind om het leven zou komen. Net zoals je oudere zus, zoals je moeder je ongetwijfeld verteld heeft.’ Er volgde een lange stilte. ‘De dood hoort bij het leven. Dat is altijd zo geweest, en dat zal ook altijd zo blijven.’

‘Maar weet u wat ik dan moet doen, vader? Moet ik het maar opgeven en boer worden?’
Zijn vader glimlachte. ‘Als je het echt wilt,’ zijn stem werd vager en begon te galmen. ‘Dan moet je er volledig achter staan.’

De omgeving om hem heen begon te kolken in een waas van kleuren. Iëwan werd misselijk en had het idee dat hij oneindig ver zou vallen. Met een voor zijn gevoel doffe klap landde hij op iets zachts en hij sperde zijn ogen wijd open. Hij bevond zich gewoon in zijn bed in zijn hutje. Hij hief zijn hoofd op en keek hijgend, alsof hij een heel stuk had gerend, op. Zijn moeder kwam de ruimte binnen. ‘Ah, je bent wakker. Mooi, ze wachten op je.’

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Berggeesten

Berichtdoor Tijgerboy » 06 feb 2010, 19:31

Ben gestopt met de berggeesten, gebrek aan inspiratie. Misschien ga ik het over een paar maandjes afmaken, maar ik ben nu heel druk bezig met een nieuw verhaal: "De Wraak van Si-Aedon"

Het is eigenlijk dat hele lange verhaal dat ik ook ooit eens heb geplaatst, maar dat ben ik helemaal opnieuw aan het schrijven. Ik heb er veel in veranderd. Met name in het begin is er veel anders. Andere personages, de slechterik heet geen Satan meer, maar Si-Aedon. De eerste confrontatie met Si-Aedon komt veel later. Solaris gaat er heel anders uitzien, geen Daleks meer, en er worden veel meer vooruitwijzingen gemaakt naar volgende delen, iets wat in de eerste versie niet gebeurde omdat ik maar gewoon schreef waar ik zin in had :lol: Over deze versie is veel beter nagedacht. Er wordt in de hoofden van personages gekeken, het verhaal is veel gedetailleerder, en vooral langer. (Het hele verhaal telde in totaal vijftig hoofdstukken, en telde 17 pagina's. In dit verhaal tellen de eerste vijf hoofdstukken alleen al twaalf pagina's.)

Ik ga vandaag nog niet beginnen met het eerste hoofdstuk, maar een korte proloog, en wat personages.

Personages

Alexander - Oudste van de drie hoofdpersonen (broers en zussen). Zijn element is water, hij heeft een zachtaardig karakter en vindt het zijn taak om tijdens de missie ervoor te zorgen, dat zijn zusjes niets overkomt.

Arianne (afgeleid van air, wat lucht betekent) - Middelste van de drie hoofdpersonen, en oudste zus. Haar element is lucht, ze is speels en roekeloos, wat haar regelmatig in de problemen brengt.

Gea (nee niet onze Gea, ik heb de naam enkel gekozen omdat het een afgeleide is van Gaea, grieks voor aarde) - Jongste van de drie. Haar element is aarde. Ze is trouw, conservatief en driftig.


Proloog

Aan het einde van de eenentwintigste eeuw was het in Nederland en België niet meer verantwoord om er nog mensen te laten wonen, zo verraderlijk was de stijging van de zeespiegel. Daarom hadden de Nederlandse en Belgische regering besloten om hun eigen land te verlaten. De hele Nederlandse en Belgische bevolking, die op dat moment ruim vijfendertig miljoen inwoners telde, trok massaal naar een pas ontdekt eiland in de Atlantische Oceaan en noemden het de Nieuwe Hollandse Republiek en de Nieuwe Belgische Republiek. Mede door hun ligging, ergens tussen Europa en Noord-Amerika, waren ze erg succesvol in de handel en werden daardoor, naast China, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten een van de economische grootmachten.

Wordt vervolgd
It's a fez. I wear a Fez now. Fezzes are cool!
Tijgerboy
Avatar gebruiker
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 3690
Geregistreerd: 02 jan 2005, 23:10
Woonplaats: Leiden



Re: Tijgerboys nieuwe verhalen. Nu: De Berggeesten

Berichtdoor Iben Van de Veire » 06 feb 2010, 19:52

Gea (nee niet onze Gea, ik heb de naam enkel gekozen omdat het een afgeleide is van Gaea, grieks voor aarde)

Oh ! XD

Het komt van γεος of γn . ;)
Sorry, het moest eruit... :P
Gaea bestaat volgens mij niet, omdat je die vorm niet hebt in het Grieks... :P

Lijkt me wel leuk, ik ga dit misschien wel volgen.
Iben Van de Veire
ZooTycoon.nl Lid
Berichten: 1477
Geregistreerd: 21 dec 2004, 16:47



VorigeVolgende

  • Reklame Boodschappen
cron